Procedure

Deze hoofdrubriek bevat 0 rubrieken:

Procedure

De LAP heeft tot taak de minister van Veiligheid en Justitie te adviseren over de afdoening van aanvragen tot plaatsing of beëindiging van plaatsing van ter beschikking gestelden in een LFPZ voorziening. Tevens adviseert de LAP de minister elke drie jaar over de voortzetting van de plaatsing.

Deze toets vindt in beginsel plaats op grond van uitvoerig dossieronderzoek. Voorwaarde hierbij is dat er een recente (niet ouder dan één jaar) onafhankelijke multidisciplinaire rapportage beschikbaar is waarvoor de rapporteurs de LFPZ-gestelde hebben bezocht. Zodra het dossier compleet is, legt afdeling Plaatsing van de Dienst Justitiële Inrichtingen de aanvraag voor advies voor aan de LAP.

Voorafgaand aan behandeling van de aanvraag binnen de LAP wordt de advocaat van de patiënt in staat gesteld om schriftelijk opmerkingen in te dienen en wordt de kliniek in de gelegenheid gesteld om te reageren op de bevindingen van de externe rapporteurs.

De LAP behandelt de aanvragen in subcommissies. De LAP is onderverdeeld in commissies die wisselen van samenstelling. In elke commissie zitten twee gedragsdeskundigen, te weten een psychiater en een psycholoog. De commissievergaderingen worden voorgezeten door één van de juristen en worden genotuleerd door de secretaris van de commissie of diens plaatsvervanger. Tijdens de vergaderingen worden de adviezen vastgesteld.

Er vinden per maand gemiddeld een of twee commissievergaderingen plaats. Per commissievergadering worden in de regel maximaal vijf aanvragen behandeld. De commissievergaderingen vinden plaats op locatie, namelijk in de FPC’s waar de LFPZ-gestelden verblijven. Een voorwaarde op grond van het Beleidskader Longstay Forensische Zorg is dat de beoordelaar (= de LAP) niet alleen het volledige dossier toetst, maar de patiënt ook heeft gezien. Alvorens de commissie de nieuwe aanvragen en periodieke herbeoordelingen derhalve bespreekt en van advies voorziet, worden de LFPZ-gestelden gezien om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen.

Na afloop van de vergadering worden de adviezen aan de minister opgesteld en verzonden naar afdeling Plaatsing van de Dienst Justitiële Inrichtingen, waar namens de minister een beslissing wordt genomen op de aanvraag.